Wanneer een werknemer zijn woon-werkverkeer met een eigen vervoermiddel aflegt, voorzien heel wat sectorale CAO’s een patronale tussenkomst in de kosten van de werknemer. Maar aangezien het om een tussenkomst in privé verplaatsingen gaat, zijn deze vergoedingen – op een vrijstelling van de 1e schijf van 370 EUR na – belastbaar.
Kiezen uw werknemers daarentegen voor de fiets als vervoermiddel, dan worden deze vergoedingen volledig vrijgesteld, op voorwaarde dat de kilometervergoeding niet hoger dan 0,21 EUR ligt.
Deze kosten kan u als werkgever trouwens ook t.b.v. hetzelfde maximum inbrengen als aftrekbare beroepskost.
 

Privé gebruik van een bedrijfsfiets
 
Het ter beschikking stellen van een bedrijfsfiets aan uw werknemers wordt fiscaal aanzien als een vrijgesteld voordeel, zowel voor de woon-werkverplaatsingen als voor ander privé gebruik. Wel wordt de voorwaarde gesteld dat uw werknemers hun woon-werkverkeer ook effectief met de fiets afleggen.
De RSZ verschilt hier wel van mening met de fiscus: de bedrijfsfiets die voor andere privé verplaatsingen dan woon-werkverkeer gebruikt wordt is een voordeel in natura dat aan werkelijke waarde aan RSZ bijdragen onderworpen is.
Het feit dat het over een bedrijfsfiets gaat staat voor de fiscus niet in de weg dat u aan uw werknemers een kilometervergoeding betaalt voor de woon-werkkilometers, zoals hierboven beschreven.
Bovendien zijn alle fietskosten – aankoop, onderhoud, accessoires, vestiaires, enz. – aftrekbaar aan 120%.
 
bron: acerta.be